Leren in de zorg:

vragen en antwoorden

Na bijna 40 jaar werkzaam in de zorg, van verpleegafdelingen, de intensive care, het brandwondencentrum tot de ambulance, de spoedeisende hulp en het hbo-onderwijs, krijg ik regelmatig dezelfde vragen.

  • Hoe word je een goede zorgprofessional?
  • Wat leer je van ervaring, en wat niet?

Op deze pagina beantwoord ik er een aantal, op basis van mijn eigen leerervaringen.

Veelgestelde Vragen

Waar ontstaat professionele identiteit?

Niet in de klas, maar in de praktijk. Bij mij gebeurde dat op het strand tijdens mijn werk als strandwacht, aan het bed van patiënten tijdens mijn opleiding en later in het brandwondencentrum. Daar ontdekte ik wat ik belangrijk vond, waar ik energie van kreeg en welke verantwoordelijkheid ik wilde dragen.

In het onderwijs bespreken we begrippen als professionele identiteit, leiderschap en morele sensitiviteit vaak al voordat studenten genoeg praktijkervaring hebben om er betekenis aan te geven. Die woorden krijgen pas inhoud als je patiënten ontmoet, verantwoordelijkheid draagt en situaties meemaakt die je raken, onzeker maken of je dwingen keuzes te maken.

Studenten lopen tegenwoordig minder lang stage. Hoe bereid je hen dan voor op de praktijk?

Dat vind ik een reële uitdaging. Op de hogeschool heb ik daarom veel geïnvesteerd in simulatieonderwijs met professionele acteurs en LOTUS-slachtoffers. Studenten oefenen daar klinisch redeneren en technische vaardigheden. Ze leren ook omgaan met emoties, communicatie, samenwerking en professionele houding, en ze krijgen gerichte feedback op hun gedrag en handelen. Een goede simulatie vervangt de echte ervaring niet. Wel kan ze situaties creëren waarin studenten ontdekken wie zij zijn als toekomstig zorgprofessional.

Hoe kijk je terug op de feedback die je zelf als leerling kreeg?

Destijds voelde kritiek vaak als een oordeel. Ik werd omschreven als traag, nonchalant en onvoldoende initiatiefrijk. Terugkijkend begrijp ik veel van die feedback beter. Sommige opmerkingen wezen op vaardigheden die ik nog moest ontwikkelen. Andere kwamen voort uit verschillen in persoonlijkheid, verwachtingen of de cultuur van een afdeling. Niet alle feedback was terecht, maar ook niet alles wat ik afwees was onterecht.

Als docent herken ik dat rustige, afwachtende gedrag nu bij sommige studenten, vooral bij jongens. Het wordt snel uitgelegd als gebrek aan motivatie, terwijl er vaak betrokkenheid, loyaliteit en zorgzaamheid achter schuilgaan. Wat je aan de buitenkant ziet, zegt niet altijd iets over iemands potentieel. Niet iedereen ontwikkelt zich in hetzelfde tempo.

Welke eigenschap heeft je het meest geholpen?

Beter wel, wijzer niet automatisch. Na duizenden patiëntcontacten herken je patronen sneller, ontwikkel je intuïtie en neem je veel beslissingen bijna automatisch. Een ambulanceverpleegkundige die voor mij een rolmodel was, zei ooit dat er maar weinig casussen zijn waarbij je nog echt hard moet nadenken. Zelfs de dynamische ambulancezorg wordt na verloop van tijd routine. Maar ervaring leert je vooral wat je al eerder hebt meegemaakt. Nieuwe inzichten komen uit nieuwe kennis, uit onderzoek en uit het kritisch bevragen van je eigen handelen. Leren is dus niet alleen iets voor studenten. Een groot deel van mijn ontwikkeling vond plaats ná mijn opleiding.

Wat gaf je houvast in hectische situaties?

Kennis. Veel mensen denken bij ambulancezorg aan adrenaline en spoedritten, maar voor mij zat de kern in kennis. Die gaf me rust, hielp me keuzes te maken als er geen arts was en maakte dat ik moeilijke beslissingen kon uitleggen aan patiënten, familie en collega's. Zelfvertrouwen in de zorg ontstaat niet door bravoure, maar door deskundigheid. Je volgt protocollen dan niet blind: je begrijpt waarom ze bestaan en wanneer een patiënt om een andere afweging vraagt.

Tegelijk heb ik geleerd dat professionele twijfel minstens zo belangrijk is. Ik bedoel niet de twijfel die verlamt, maar de twijfel die nieuwsgierig maakt. Heb ik iets gemist? Is er een andere verklaring? Zou nieuwe kennis tot een andere aanpak leiden? Juist die onderzoekende houding heeft me scherp gehouden.

Kun je je als professional alleen ontwikkelen?

Nee. Ontwikkeling is persoonlijk, maar gebeurt zelden alleen. Een docent die zei dat ik meer in mijn mars had dan ik zelf dacht. Ervaren strandwachten die het goede voorbeeld gaven.

Verpleegkundigen in het brandwondencentrum die lieten zien wat vakmanschap en betrokkenheid betekenen. De ambulancezorg liet me ook de keerzijde zien. Ik heb de autonomie altijd gewaardeerd, maar uiteindelijk draag je als verpleegkundige de verantwoordelijkheid, ook tuchtrechtelijk.

Mijn collega-chauffeurs hadden veel operationele kennis en mensenkennis. Toch konden we elkaar inhoudelijk niet altijd uitdagen op een complex ECG of een afweging rond medicatie. Het professionele debat dat op een afdeling of SEH vanzelfsprekend is, miste ik soms.

Zijn rustige diensten niet juist fijn?

Toen ik jong was, vond ik dat wel: tijd voor koffie, gesprekken en onderuitgezakt series kijken. Later merkte ik dat lang wachten me niet altijd energie gaf, soms zelfs het tegenovergestelde. Actief bezig zijn, nieuwe dingen leren, onderwijs ontwikkelen of werken op de spoedeisende hulp gaf me meer energie. Daardoor begrijp ik beter dat mensen verschillen in wat hen motiveert. Voor de één is rust herstel. Voor de ander ontstaat energie juist door uitdaging.

Professionele ontwikkeling is nooit af. Dat is misschien de belangrijkste les van bijna 40 jaar werken in de zorg.

In die jaren heb ik veel geleerd, maar vaak niet op het moment zelf. Feedback die ik als leerling kreeg, begreep ik soms pas jaren later. Ervaring maakte me beter, maar niet vanzelf wijzer. En de eigenschap die me het meest heeft geholpen, bleek geen talent te zijn, maar nieuwsgierigheid.

Op deze pagina deel ik een aantal van die leerervaringen, in de vorm van vragen die studenten, collega's en lezers mij stellen. Ze zijn bedoeld voor iedereen die in de zorg werkt of daarvoor leert, en voor iedereen die wil begrijpen hoe een zorgprofessional gevormd wordt.